Home     Grasduinen     Over     Zoektips     FAQs     Disclaimer     Meertens Instituut         english

Nederlandse Liederenbank

        - strofezoeken
        - melodiezoeken met klavier        
  
sorteer op



genre:                                        

wachterlied

categorie: liefde en seks
in beginsel een lied waarin een wachter optreedt of wordt aangesproken, in afwachting van de dageraad. In het bijzonder een middeleeuws lied waarin twee gelieven de nacht samen hebben doorgebracht op de kamer van het meisje. De wachter van het kasteel waarschuwt dat de minnaar moet vertrekken voordat de ochtend aanbreekt, wil hun liefde verborgen blijven. Zie ook het overlappende dageraadslied, dat gebruikt is voor soortgelijke liederen ook als er geen wachter optreedt.

Genre wachterlied: 111 liederen.


voorbeeld 1

[wachter:] "Den dach en wil niet verborghen zijn:
Het is schoon dach, dat duncket mi,
Mer wie verborghen heeft zijn lief,
Hoe noode ist dat si scheyden."

[meisje:] "Wachter, nu laet u schimpen zijn
Ende laet hi slapen, die alder liefste mijn;
Een vingerlinck root [gouden ring] sal ic u schincken,
Wildy den dach niet melden."

[wachter:] "Och, melt hem niet, rampsalich wijf,
Het gaet den jongelinck aen zijn lijf [kost hem zijn leven].
Hebdy den schilt, ick hebbe die speyr,
daer mede maect u van heyr."

Die jonghelinck sliep ende hi ontspranck,
Die liefste hi in zijn armen nam.
[minnaar:] "En latet u niet so na ter herten gaen:
Ick come noch tavont weder."

Die jonghelinck op zijn vale ros tradt,
Die vrouwe op hooger tinnen lach.
Si sach so verre noortwaert inne
Den dach door die wolcken opdringhen.

[meisje:] "Had ick den slotel vanden daghe,
Ic weerpen in gheender [gindse] wilder Masen,
Oft vander Masen tot inden Rijn,
Al en soude hi nemmeer vonden zijn."

Uit: Antwerps liedboek (1544).
naar dit lied