Home     Grasduinen     Over     Zoektips     FAQs     Disclaimer     Meertens Instituut         english

Nederlandse Liederenbank

        - strofezoeken
        - melodiezoeken met klavier        
  
sorteer op



genre:                                        

ambachtslied

categorie: werk
lied waarin de lof van een ambacht of beroep gezongen wordt, of lied dat bij het uitoefenen van een ambacht of beroep wordt gezongen. Dit genre omvat liederen van wevers, vissers, mosselmannen, touwslagers, diamant- en scharenslijpers, voerlui, smeden, ketelboeters, boeren, kwartelvangers, liermannen, etc. De afzonderlijke beroepen zijn via de trefwoorden te vinden. Beroepen die in de Liederenbank een eigen liedgenre hebben gekregen zijn: zeelui incl. schippers, bootslieden en matrozen (zeemanslied, shanty), soldaten (soldatenlied, marslied), jagers (jagerslied, niet heel consequent toegepast), heiers (heilied), eekschillers (eeklied), marktkooplui (marktlied) en nachtwakers (ratelaarslied). Zie aldaar. Ook bedelaars incl. werklozen hebben een eigen liedgenre (bedellied).

Genre ambachtslied: 761 liederen.


voorbeeld 1



voorbeeld 2

Een wevers-liedje.

Gij draadjes dun, gij draadjes fijn,
Gij draadjes zacht en blank,
Al waar-je kort, al waar-je lank,
Gij wordt een hemdelijn.

Dat hempje zal mijn zoete-lief,
Wanneer ze wordt mijn vrouw,
Wel dragen op den dag der trouw,
Wel dragen tot gerief!

En was ze dan een Koningskind
En was ze een Keizersvrouw,
Geen fijner hemd ze hebben zou,
Dan ge op mijn weefstoel vindt. -

Al-die dit liedje heeft gemaakt,
Dat is een weversknecht;
En vind-je 't goed of vind-je 't-slecht,
'k Denk, dat'et Hem niet raakt!

Uit: Jan Pieter Heije, Al de volksdichten (1865).
Dit weversliedje heeft in de Liederenbank het genre "ambachtslied".
naar dit lied
Liedeken tot lof, van Smeden fyn en grof.
Stemme: Van 't droevigh Nonneken.

Den lof der Smits die hebben ick hier beschreven:
Ick prijs hun kloekheyt en hun Ambacht seer,
Want sonder haer niemant sou konnen leven,
Daerom gheeft ick hun vele lof en eer,
In Huysen Kercken, de schoonste wercken,
Zijn door hun hant, Ghmaeckt met groot verstant.

2. Steden, Dorpen, P'rochie en Casteelen,
Worden al om met Smede werck vereert,
Cloosters, Capellen, Cellen en Prieelen,
t' Is weerdigh dat men soo een Ambacht leert.
Gheen Schepen vaeren, Door de Zee baeren,
Den Smit vol moet, haer Yser werck aen doet.

3. Koninghen, Keysers konnen oorlogh voeren,
Doch sonder Smits hy wiert seer haest ghestaeckt.
Noch niet een Lants-man en sou konnen Boeren,
Ploeghen en Saeyen 't wort door hun ghemaeckt;
Kap messen, Bylen, Haemers en Vijlen,
Sloten en Lets, Viva de Edel Smets.

4. Den Timmer-man en sou niet wercken,
Beytels en Saghen 't komt al van den Smet,
(enz.)

Uit: Jacobus de Ruyter, Nieuw liedboek genaemt den vrolyken speelwagen (Antwerpen, vijfde druk 1720).
naar dit lied