|    | Home |      | Overzicht |      | Grasduinen |      | Zoektips |      | FAQs |      | Voortgang |      | Disclaimer |      | Meertens Instituut |         ![]() |
| Nederlandse Liederenbank |
        strofezoeken         |
|   
|
||
|
Collecties en repertoiresMiddeleeuwen en zestiende eeuwDe Liederenbank bevat in beginsel alle liederen uit de middeleeuwen, dat wil zeggen tot het jaar 1600, zowel uit handschriften als uit gedrukte bronnen uit bibliotheken in Nederland, België en elders. Deze zijn geïnventariseerd in het Repertorium van het Nederlandse lied tot 1600 door Martine de Bruin en Johan Oosterman m.m.v. Clara Strijbosch e.a. Dit Repertorium verscheen in boekvorm in 2001. Er zijn meer dan 11.000 liedbeschrijvingen opgenomen. In totaal gaat het om 7.700 verschillende liedteksten en 1.100 verschillende melodieën. De beschrijving van deze liederen is uitgebreid, dat wil zeggen inclusief trefwoorden, melodienormen en strofevormen. Kopieën van vrijwel alle geëxcerpeerde bronnen zijn aanwezig op het Meertens Instituut. Het repertoriumproject duurde van 1993-2001. Het werd gefinancierd door het Vlaams-Nederlands Comité van NWO en FWO. Projectleiders waren Frank Willaert van de Universiteit Antwerpen en Louis Peter Grijp van het Meertens Instituut. Zeventiende eeuwDe Liederenbank bevat zeer veel liederen uit de zeventiende eeuw (zo'n 27.000), maar zeker niet alle. Vooral gedrukte liedboeken zijn geëxcerpeerd, zowel geestelijke als wereldlijke, zowel uit de Noordelijke als de Zuidelijke Nederlanden. Daarnaast is een groot aantal liederen en reien uit toneelstukken opgenomen. De beschrijving van de meeste van deze liederen is uitgebreid, dat wil zeggen inclusief trefwoorden, melodienormen en strofevormen. Kopieën van vrijwel alle geëxcerpeerde bronnen zijn aanwezig op het Meertens Instituut. De basis voor dit deelbestand werd gelegd tijdens het NWO-dissertatieproject van Louis Peter Grijp aan de Universiteit Utrecht (1986-1991), de zogenaamde 'voetenbank'. Het werd op het Meertens Instituut uitgebouwd in de jaren 1990-1997, vooral uit Nederlandse liedboeken met muzieknotatie door stagiaires onder leiding van Anne Houk de Jong (project Melodicon van de Gouden Eeuw). Toneelliederen werden ingevoerd door Natascha Veldhorst en Ingeborg De Coomen tijdens een project van het Vlaams-Nederlands Comité (1999-2004). Veel liederen uit de Zuidelijke Nederlanden werden ingevoerd tijdens het project De Zuid-Nederlandse Liederenbank aan de Universiteit Antwerpen (2003-2006). Tenslotte zijn zo'n 9.400 beschrijvingen van zeventiende-eeuwse liederen overgenomen uit het Nederlands Volksliedarchief deze zijn minder uitgebreid dan de overige. Achttiende eeuwUit de achttiende eeuw zijn aanmerkelijk minder liederen opgenomen dan uit de voorafgaande eeuwen, doorgaans uit gedrukte liedboeken, zowel wereldlijke als geestelijke, voornamelijk uit de Noordelijke Nederlanden. Daarnaast is een beperkt aantal liedbladen uit deze periode opgenomen. De meeste beschrijvingen komen uit het kaartregister van het Nederlands Volksliedarchief. Ze beperken zich tot beginregels en wijsaanduidingen. Wel is veelal de melodie geïdentificeerd. Van ongeveer de helft van de geëxcerpeerde bronnen is een exemplaar aanwezig op het Meertens Instituut; deze liederen zijn iets uitgebreider beschreven met titel en basistrefwoorden. Enkele wereldlijke liedboeken zijn uitvoeriger beschreven (strofevormen, trefwoorden) door studenten van een werkgroep Muziekwetenschap van de Universiteit Utrecht o.l.v. Louis Peter Grijp. Ook is via het Straatliederen-project een aantal liedbladen uit de achttiende eeuw aan de liederenbank toegevoegd Negentiende eeuwUit de negentiende eeuw zijn traditionele wereldlijke liedboeken (blauwboekjes) ontsloten, naast zangboekjes voor 'fatsoenlijke gezelschappen'. Ook opvoedende en vaderlandse liederen zoals die van Jan Pieter Heije zijn opgenomen, maar weinig schooliedjes. Muziek van het burgerlijk amusement (uit vaudeville, operette, variété, café chantant) is doorgaans niet vertegenwoordigd, wel veel straatliederen afkomstig van liedbladen. Godsdienstige liederen ontbreken vrijwel volkomen. Een nieuwe categorie ten opzichte van voorgaande eeuwen vormen de wetenschappelijke volkslieduitgaven, hetzij historisch ge-oriënteerd of op grond van veldwerk in Vlaanderen. De meeste beschrijvingen komen uit het kaartregister van het Nederlands Volksliedarchief. Ze beperken zich tot beginregels en wijsaanduidingen. Wel is veelal de melodie geïdentificeerd. Van ongeveer de helft van de betreffende bronnen is een exemplaar aanwezig op het Meertens Instituut; deze liederen zijn iets uitgebreider beschreven met titel en basistrefwoorden. Van de meeste straatliederen in een scan opgenomen. Twintigste eeuwUit de twintigste eeuw zijn vooral volkslieduitgaven opgenomen, zowel wetenschappelijke werken als zangboekjes voor jeugdverenigingen, scholen, etc. De meeste beschrijvingen zijn uit het kaartregister van het Nederlands Volksliedarchief overgenomen. Verder zijn van veel straatliederen scans raadpleegbaar. Daarnaast is er de collectie Onder de Groene Linde met veldwerkopnamen door Ate Doornbosch en Will Scheepers uit de tweede helft van de twintigste eeuw, waarvan men audio-opnames kan beluisteren en in veel gevallen een transcriptie van tekst en muziek online raadplegen. Geestelijke liederen zijn vrijwel niet opgenomen. Populaire muziek, cabaret, schlagers, smartlappen, nederpop en -rap zijn alleen vertegenwoordigd via beschrijvingen uit de bescheiden cd-collectie van het Meertens Instituut, waarin een doorsnee van deze Nederlandstalige repertoires wordt gegeven. Nederlands VolksliedarchiefHet kaartregister van het Nederlands Volksliedarchief (gesticht in 1954, sedert 1963 onderdeel van het Volkskundebureau dat later opging in het Meertens Instituut) is opgebouwd onder leiding van Marie Veldhuyzen. Het ontsluit het Nederlandse lied vanaf de middeleeuwen tot in de twintigste eeuw, waarbij in de loop van de tijd steeds meer de nadruk op het zogenoemde volkslied komt te liggen, in tegenstelling tot de populaire muziek, die in de visie van de makers tot de ondergang van het volkslied zou hebben geleid. Het kaartsysteem (dat nog altijd op het Meertens Instituut bewaard wordt) omvat zo'n 80.000 liederen. De voornaamste ingangen zijn op beginregel, wijsaanduiding en melodie. Behalve een kaartsysteem omvat het Nederlands volksliedarchief zo'n 35.000 afschriften, in handschrift of typoscript, van liederen uit allerlei uitgaven en bronnen, inclusief de collectie Onder de groene linde Het kaartregister werd van 1999-2002 gedigitaliseerd door een groep van acht medewerkers gecoördineerd door Sasja Koetsier en later Rozemarijn van Leeuwen. Waar mogelijk werden de originele bronnen geraadpleegd (grofweg de helft van de bronnen is aanwezig op het Meertens Instituut). Dat resulteerde in aanmerkelijk nauwkeuriger beschrijvingen dan bij de liederen waarvan alleen een steekkaartje aanwezig was. De Zuid-Nederlandse LiederenbankZo'n 3.000 Zuid-Nederlandse liederen uit de zeventiende eeuw zijn ontsloten via projecten van de Universiteit Antwerpen (Hubert Meeus, Maartje De Wilde e.a., 2003-2006), voornamelijk uit gedrukte liedboeken, met een nadruk op het wereldlijke repertoire. De projecten werden gesubsidieerd door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en het Max Wildiers Fonds van FWO Vlaanderen. StraatliederenHet Meertens Instituut bezit enkele collecties straatliederen, dat wil zeggen liedbladen die eertijds door marktzangers op straat werden verkocht of door werklozen langs de huizen gebracht. Van die collecties is die van Julius Moorman de grootste, verzameld in de jaren 20 en 30 van de twintigste eeuw. Het Meertens Instituut bezit ook een gedeelte van de collectie van Douwe Wouters; het andere, grootste gedeelte bevindt zich in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. De collecties van Wouters en Moorman (die in 1933 gezamenlijk de bloemlezing Het Straatlied uitgaven) zijn ontsloten in het door het Ministerie van OC&W gefinancierde project Straatliederen (2002-2004) in het Geheugen van Nederland (projectleiding Garrelt Verhoeven, uitvoering Martine de Bruin en anderen). In totaal gaat het om zo'n 15.000 straatliederen. Scans van de liedbladen zijn zowel via het Geheugen als via de liederenbank te vinden. Onder de groene lindeHet Meertens Instituut bezit een grote collectie veldwerkopnamen die als "Onder de groene linde" worden aangeduid, naar het radio-programma van Ate Doornbosch. Tijdens dit programma, dat wekelijks werd uitgezonden, eerst door de VARA, later door de NOS, draaide hij veldwerkopnamen en konden de honderdduizenden luisteraars schriftelijk reageren. Doornbosch maakte in de jaren dat zijn programma bestond (1957-1994), zo'n 5.000 magneetbandopnamen in heel Nederland. Tot de collectie worden ook de opnames gerekend van de voorgangster van Doornbosch, Will Scheepers. Zij maakte ruim 2.000 opnames in de periode 1950-1964. Ongeveer de helft van de opnames zijn als teksten en in notenschrift getranscribeerd; deze transcripties zijn als scans toegankelijk via de liederenbank. De nadruk ligt in Doornbosch' opnames op balladen, verhalende liederen uit de mondelinge overlevering. Een aantal is uitgeven in de boekenreeks Onder de groene linde door Marie van Dijk e.a., waarvan tot nu toe drie delen zijn verschenen. In 2008 verschijnen het vierde deel en een box met 9 cd's en een dvd. Zie ook L.P. Grijp en H. Roodenburg, Blues en balladen. Alan Lomax en Ate Doornbosch, twee muzikale veldwerkers (2005). Enkele aanpalende, kleinere bestanden zijn de collectie Dames Dings uit Liessel in de Peel en de collectie Jongbloed uit Amsterdam. Cd-collectieHet Meertens Instituut bezit een bescheiden collectie cd's met Nederlandse liederen, die een doorsnee geven van diverse populaire genres. Zwaartepunten zijn opnamen van oude liederen, volksmuziek, smartlappen en hedendaagse dialectmuziek. Verder vindt men cd's met cabaretmuziek, voetballiederen, mainstream, etc. Ruim 600 cd's zijn ontsloten in de liederenbank, goed voor zo'n 13.000 liedjes, waarvan titel, auteur en zanger zijn beschreven. |
© 2013 KNAW/Meertens Instituut