|
Souterliedekens zijn psalmberijmingen op populaire melodieën. De berijmingen zijn het werk van de Utrechtse edelman Willem van Zuylen van Nyevelt, die ook de meer dan 150 verschillende melodieën uitkoos. Hij hoopte zo de jeugd aan het zingen van zijn psalmteksten te krijgen.
De souterliedekens werden uitgegeven in Antwerpen in 1540. De bundel is het eerste volledige psalmboek dat in enige Europese volkstaal werd gepubliceerd.
Het belangrijkste is voor ons tegenwoordig de muziek: dankzij de melodieën van de souterliedekens, die in mensurale notatie zijn weergegeven, kunnen we veel van de oorspronkelijke wereldlijke teksten zingen. Die zijn namelijk veelal zonder muziek overgeleverd, bijvoorbeeld in het Antwerps Liedboek (1544).
Door de teksten van het Antwerps liedboek en de melodieën van de souterliedekens te combineren kunnen we de populaire muziek uit de zestiende eeuw reconstrueren.
Van alle 150 souterliedekens wordt het eerste couplet gezongen door een keur van Nederlandse en Vlaamse zangers, opgenomen ten behoeve van het Repertorium van het Nederlandse lied tot 1600 (2001).
alle Souterliedekens |
 |
|
Liederen uit Onder de Groene Linde Via het radioprogramma Onder de groene linde heeft Ate Doornbosch zo'n 5.000 oude liederen opgenomen bij mensen, die de liederen vroeger hadden gezongen, aan het begin van de twintigste eeuw tijdens het werk op het land bijvoorbeeld. Door de mondelinge overlevering zijn alle versies verschillend. Een paar voorbeelden van opnames van balladen:
opnames van Daar ging een heer dikwijls van huis
opnames van Een heer die sprak een meisje aan (het duivelspaard)
opnames van Toen ik op Neerlands bergen stond (De drie ruitertjes)
opnames van Daar was laatst een meisje loos
opnames van Drie schuintamboers
opnames van Daar waren twee koningskinderen
|
 |
|
Straatliederen top 30. In 2004 zetten Meertens Instituut en de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag hun gezamenlijke straatliedverzamelingen on line, op het Geheugen van Nederland. Alle liedbladen uit de Wouters- en Moormann-collecties werden ingescand en beschreven. Binnen de collectie zijn slechts weinig genoteerde melodieën te vinden. Wel zijn er wijsaanduidingen: liedjes werden geschreven op de melodie van een bestaand lied. Uit al die wijsaanduingen werd een top 30 van melodieën samengesteld. Deze komen vooral uit de 19e eeuw. Soms zijn ze ook in de 21e eeuw nog bekend, zoals 'Schep vreugde in 't leven', waar we nu de woorden 'O kom er eens kijken' op zingen. Deze liederen werden opgenomen door artiesten als Freek de Jonge, Bob Fosko en Jeroen Zijlstra.
top 30 |
 |
|
Het Antwerps Liedboek werd in 1544 uitgegeven in Antwerpen. Het is de belangrijkste bron voor onze kennis van middeleeuwse ballades, tragische verhalen die vaak uit de vijftiende eeuw stammen en jarenlang mondeling werden doorgegeven. Daarnaast bevat het Antwerps Liedboek ook 'nieuwe liedekens' van rederijkers. De belangrijkste thema's in het liedboek zijn liefde, seks, drank en vrolijkheid.
Hoewel de liederen uiteraard gezongen werden, bevat het Antwerps Liedboek geen muzieknotatie. Soms is de melodie in een andere bron te vinden, bijvoorbeeld in de Souterliedekens (1540).
alle liederen in het Antwerps liedboek
|
 |
|
Het Geuzenliedboek. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) zongen opstandige Nederlanders felle liedjes tegen de Spanjaarden en de katholieken: geuzenliederen. Ze gaan over verloren of gewonnen veld- en zeeslagen, over het beleg van steden als Alkmaar en Leiden, of ze bespotten Spaanse aanvoerders, de koning of de paus. Die liedjes werden al gauw gebundeld in zogenoemde geuzenliedboeken, waarvan talrijke verschillende uitgaven verschenen, tot na het einde van de oorlog. Steeds werden nieuwe, actuele liedjes toegevoegd.
alle liederen in het Geuzenliedboek van ca. 1576 (het oudst bekende geuzenliedboek) |

|
|
Liedbundel van Antonis van Butevest. Antonis Butevest (of: Buytevest) was koekbakker en steenkoper te Leiden. Aan het einde van de zestiende eeuw stelde hij een liederenhandschrift samen, met zowel bekende deuntjes als nieuwe liedteksten. Ook staan er enkele persoonlijke noties en refreinen in het handschrift. Uit deze refreinen, die een typische rederijkersdichtvorm zijn, en ook uit enkele liederen blijkt duidelijk dat Butevest actief was in een Leidse rederijkerskamer. Butevest hield wel van een pretje: naast minder prikkelende teksten als liefdesklachten en meiliederen vinden we teksten over prostitutie, manzieke vrouwen, bedrog en dronkenschap. Het handschrift bevindt zich in het Leidse Gemeente-archief.
alle liederen in het Handschrift Butevest |

|
|
Liedekens en Chansons. Dit handschriftje met liederen uit de Zuidelijke Nederlanden rond 1660 valt op door een bijzondere, consequent doorgevoerde thematiek. Het steekt de loftrompet op de ongehuwde staat vanuit het perspectief van een jonge vrouw. Of liever gezegd, de auteur wijst er op dat door te trouwen de vrouw de ondergeschikte van de man wordt. Ze zal zuinig moeten leven terwijl manlief het geld naar believen kan verkwisten -- om maar iets te noemen. Haastig getrouwd is lang gerouwd. Maar beter nog is ongetrouwd zien te blijven, ondanks de verlokkingen van Venus.
alle liederen in het Handschrift met liedekens en chansons (c. 1660)
|
|
|
Moordliederen. Tot in de twintigste eeuw werden liederen door marktzangers gezongen en in de vorm van liedblaadjes te koop aangeboden aan het publiek. Het beste verkochten liederen over sensationele gebeurtenissen; voor eenvoudige mensen was dit een vorm van nieuws. Vooral moorden waren in trek. Ze werden heet van de naald geschreven, vaak nog vóór de veroordeling van de moordenaar, maar konden nog vele jaren daarna gezongen blijven. Gruwelijke details werden door de marktzangers niet geschuwd en zowel slachtoffers als daders werden bij naam en woonplaats genoemd. Zo staat op het liedblad hiernaast vermeld hoe Philip Nathan Hertog, paraplumaker uit Utrecht, in 1849 Betje Staal uit Amsterdam met een messteek 'een diepe wond in de hals, ter diepte van het strottenhoofd, en ter lengte van 7 Nederlandse duimen' toebracht en aldus vermoordde.
alle moordliederen op liedbladen (scans)
|
 |
|
Meer liederen over bepaalde onderwerpen (trefwoorden). Aan de beginregels en titels van liederen is soms te zien waar het lied over gaat. Maar vaak is dat minder duidelijk. Daarom worden in de liederenbank ook trefwoorden toegevoegd aan de liedbeschrijvingen. Het gaat om genres (zoals moordlied), namen, jaartallen, motieven, etc. Een aantal willekeurige voorbeelden: drinklied wilde vesper standsverschil ontmaagding
Tweede Wereldoorlog Napoleon hond
1600 (onder meer Slag bij Nieuwpoort)
U kunt op eigen trefwoorden zoeken via het zoekveld in de bovenbalk van deze pagina. |
 |
|
Het lied van Heer Halewijn. Een koningskind hoort een man betoverend mooi zingen: heer Halewijn. Ze wil naar hem toe, om uiteindelijk te bemerken dat het een vrouwenmoordenaar is. Maar ze is hem te slim af...
Deze ballade is in heel Europa gezongen, tot in Hongarije toe. In Vlaanderen heet de moordenaar Halewijn, in Nederland Jan Albers (in Groningen) of ook wel Rollewijn (in Noord-Limburg). Will Scheepers en Ate Doornbosch maakten vanaf de jaren vijftig meer dan 50 opnames van dit lied.
Heer Halewijn
|

|
|
Meer liederen met een verhaal. Sommige liederen komen in vele bronnen voor. In dergelijke gevallen hebben wij soms achtergrondinformatie gegeven. Bijvoorbeeld een korte samenvatting van de tekst, de oorsprong, verspreiding, etc. Een aantal willekeurige voorbeelden:
Kortjakje
Griseldis
Genoveva
Floris & Blancefloer
De winter is vergangen
Het viel een hemels dauwe
De hertog van Brunswijk
Ik stond op hoge bergen
Hillebrand
Van liefde komt groot lijden
Het daagt in de oosten
Twee koningskinderen
|

|