Home     Grasduinen     Over     Zoektips     FAQs     Disclaimer     Meertens Instituut         english

Nederlandse Liederenbank


Droom.

1. Toen Aurora lach en sliep
Als Diaen de aerd' belommert,
Was ick onlanckx seer becommert,
'T scheen dat my Clarinda riep,
Ach Leander ach Leander
Houdt het minne-vier in standt?
Want ick als den Salamender
Groey en bloey in liefdens brandt.

2. Sy trock my in haren schoot
Sprack o! vriendt o kondy slapen?
En lust u gheen vreught te rapen?
Wel Leander sijdy doodt?
Siet ick ben tot Jock gheneghen
Spelt ghelijck het Venus kindt,
Vrees noch wraeck en kan hier teghen,
Want de liefden't all' verwint.

3. Midts ick van mijn tweede ziel
En ick dael in soete holten,
Waer mijn ziel door 't vier versmolten
Schier gheen leven meer en hiel:
Ick (uyt desen droom ghetoghen
Vol bedroch en anders niet)
Ben fluckx uyt den bedd' ghevloghen
En ick schreeft [!] dit in een Liedt.

Omazur, Nicolaus (auteur), LABYRINTHUS CUPIDINIS. DAT IS DEN DOOL-HOF DER LIEFDE, Waer in eertijts DAPHNE (van APPOLLO vervolght sijnde) verkeerden in eenen Lauw'rier-boom. Verçiert met Roose-Tuynen van Rijmen, ghestelt op de nieuwste Dans-wijsen ende Stemmen van desen tijt, Bestaende in Minne-Liedekens, Herders-Sanghen, Veldt-deuntjens, etc. Hic Labyrinthus adest? quod, si delaberis intus? Non Labyrinthus erit, sed labor intus erit.
1663
Den Haag KB: 174 G 49
p27

Transcriptie van titel en liedtekst, naar microfilm, diplomatisch. Door Freya Jorens, correctie door Maartje De Wilde.