Home     Grasduinen     Over     Zoektips     FAQs     Disclaimer     Meertens Instituut         english

Nederlandse Liederenbank


Engelse tekst
7. OP DE 7 OOSTINDISCHE KERMIS SCHEPEN

Zeven schepen liggen op de rede van Texel klaar om naar Oost-Indiƫ te varen. De westenwind verhindert dat echter en de manschappen vervelen zich dood. Degenen die getrouwd zijn laten hun vrouwen naar het eiland overkomen, maar de vrijgezellen hebben het zwaar: er zijn te weinig vrouwen op het eiland. Als ze geluk hebben kunnen ze een oude boerin krijgen.


Een Nieuw Lied; op de 7 Oostindische kermisschepen, (*1) liggende voor Texel.
Op de Wijs van Lonladerette

De Weste Wind wait van't Jaar
Nu heel droevig, dat is waar,
De Oostindiesvaars 't wel weete,
Lonladerette, hou ye dan maar dom,
Want wij heel verdrietig zijn,
Zo groot als klijn.

De Ooste wint hier dikmaals quam,
Maar 't schijnt dat hij is bang;
Hij ging weer na 't Weste keren.
Lonladerette, hou ye dan maar dom,
Wij leggen hier al met getreur
Voor de helsche Deur (*2).

Maar die hier nu getrouwt zijn
Die hebben hier wat minder pijn,
Want zij haar Vrouwtjes laten halen,
Lonladerette, hou ye dan maar dom,
Want als zij zijn bij malkaar,
Wat scheelt het haar?

Maar de vrijers (*3) die 'er zijn
Leven in veel groter pijn,
Want zij hier haar yonge leven,
Lonladerette, hou ye dan maar dom,
Verslijten al met malkaar
Als of 'er zij Munnike waar.

Wanneer zij komen aan de wal
Bij de Boerinnen in 't Boerse Dal (*4),
Daar mene zij nog wat te vinden.
Lonladerette, hou ye dan maar dom,
Dan brenge zij haar een Out wijf
Tot tijtverdrijf.

Het is immers grote pijn
Die hier ongetrouwt nu zijn;
Wil het maar bij je zelver denken.
Lonladerette, hou ye dan maar dom,
Meysyes die gemoedtlijk (*5) zijn,
Geneest haar pijn.


(*1): schepen die ten tijde van de najaarskermis uitvaren
(*2): de Helsdeur is een van de zeegaten voor Texel
(*3): vrijgezellen
(*4): op het Texelse boerenland
(*5): teerhartig

uit: Collectie volks- en straatliederen, Koninklijke Bibliotheek Den Haag 11 B 10.
7. ABOUT THE SEVEN EAST INDIAN FAIRTIME SHIPS

Seven ships were lying waiting in the lee of Texel to sail to the East Indies. However, the West wind prevented that and the crew were bored stiff. If they were married, they could let their wives come to the island, but the bachelors had a hard time: there weren't enough women on the island. If they were lucky, they could lay their hands on an old peasant woman.

A New Shanty about the Seven East Indian Fair-time Ships, (*1) lying in the lee of Texel.
To the Tune of Lonladerette

The West wind blows this year
now very sad, that is true.
The East Indiamen know all too well,
Lonladerette, just play dumb,
because we are very sad,
both large and small.

The East wind often came here,
but it appears it is now afraid;
It returned to the West.
Lonladerette, just play dumb.
We are lying here with sorrow
before Hell's door. (*2)

But the men who are married
they have less pain here now,
because they fetch their womenfolk.
Lonladerette, just play dumb,
because when they are together,
what are they lacking then?

But the bachelors that there are
live in much greater pain,
because they live their young lives here.
Lonladerette, just play dumb,
they while away together
as if they were monks.

When they come ashore
to the peasant women on the peasant land,
then they think they can find something.
Lonladerette, just play dumb,
then they bring them an old woman
to pass the time.

There is great pain in store
for the bachelors here;
Just imagine what it's like.
Lonladerette, just play dumb,
girls who are tenderhearted,
please heal their pain.

(*1): ships that set sail at the time of the autumn fair
(*2): Hell's door is one of the sea passages around Texel

Translation: Martin Cleaver

Camerata Trajectina (artiest), Van varen en vechten : liederen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (1602-1795). GLO 6054
2002
1: 7