Home Grasduinen Over Zoektips FAQs Disclaimer Meertens Instituut english

Nederlandse Liederenbank

sorteer op

bron:

HsBeSPK mgo185

titel:                             "Deventer Liederenhandschrift"
jaar: eind 15e eeuw
datering: kort na 1500 (Knuttel 1906, 53); 2e helft 15e eeuw (Wilbrink 1930, 215); circa 1500 (Van Buuren 1992, 234)
druk/uitgave:
IJsselstreek (Zwolle) [voorheen: Deventer, later Zutphen]
materiaal: Papier ii+ii+174 blad(-en) hoogte 128 x breedte 92 mm
muziek: zonder muzieknotatie
aantal liederen: 93 (plaats: passim)
94 beschreven in de Liederenbank
dat de Nederlandse Liederenbank meer beschrijvingen telt dan het opgegeven aantal liederen in de bron kan verschillende oorzaken hebben: twijfelgevallen werden opgenomen, liederen in meerdere talen of liederen vermeld binnen andere liederen werden apart beschreven, het opgegeven aantal liederen betrof alleen de Nederlandstalige, etc.
type: handschrift. liedschrift. Liedboek (geestelijk). Met wijsaanduidingen (bij 54 liederen)
literatuur: Bonda 1996, 507 / De Bruin & Oosterman 2001, H023 / De Morrée 2013 / Degering 1932, 60 / Hoffmann 1854a (editie) / Knuttel 1906, 53-54 (hs.B) / RS, 011 / Stooker & Verbeij 1997, dl. 2, 125 / Van Buuren 1992 / Vroomen 2014 / Wilbrink 1930
gebruikt ex.: Berlijn, Staatsbibliothek Preussischer Kulturbesitz, ms. germ. 8o 185
beschikbaar: scan (digital.staatsbibliothek-berlin.de)
beschikbaar: full text (DBNL.org)
ex./kopie Meertens:
3978 14 HsBeSPK mgo185 (fotokopie)
3978 MFilm 15e HsBeSPK mgo185
commentaar: Bezittersnotitie op eerste papieren schutblad: ‘Dit boeck hoert toe [g..?] [pander?] [...] nyestat int [vyf? kyf?] kynder huss’. Daarbij zijn de twee laatste woorden doorgestreept.
Knuttel 1906 en Wilbrink 1930 suggereerden dat het handschrift in Deventer is ontstaan (vanwege het 43e lied over Deventer en het 25e lied over Cecilia) en daarna is verhuisd naar Zupthen (vanwege het woord 'nyestat' in de bezittersnotitie) waar een verwant klooster stond van zusters van het gemene leven.
De Morrée 2013 situeert het handschrift echter in het St-Ceciliaklooster in Zwolle op grond van de volgende argumenten: het Oostmiddelnederlandse dialect van de liederen; de beschermheilige Cecilia aan wie verschillende liederen zijn gewijd; de bezittersnotitie met de woorden 'nyestat' (die voor het eerst blijkt voor te komen in Zwolle, als familienaam en als topografische aanduiding) en 'kynderhuss'. Het klooster stond ook bekend als het 'kinderhuis' omdat de zusters de zorg en onderwijzing van inwonende burgerkinderen op zich namen, en het bevond zich in de 14e eeuwse uitbreiding van Zwolle, genaamd 'Nieuwstad'. In lied 43 wordt de stad Deventer bezongen, maar dat hoeft geen contra-indicatie te zijn aangezien de Zwolse zusters onder gezag van het Deventer Lebuïnuskapittel stonden.

 
beschreven liederen uit deze bron (94)