Ik zal er mijn vader vragen, of ik kruien mag, waar ik wille wille wil, waar ik wille wille wil.
Ean dan krooi ik voor een winkel waar jenever is te koope, koope, koop, is te koope koope koop.'
En dan koop ik me daar een slukje, dat zoo zacht naar binnen loope loope loop, binnen loope, loope, loop.
'k Heb liever klaren jenever dan dien stinkenden brandewijn, dan dien stinkenden brandewijn.
Uit: L. Post-Beuckens, Land en Volk van Gaast en Klif (1947). | |