De Vasten avond die komt an, Wy singen ho man ho, Geeft ons een pannekoek uyt de pan, En so men Heer also En nu't Vasten avont is Nu zijn alle keeltjes fris, dirdon dirdon dirdon dan Dirdon deyne herspelen gaat gewis.
(enz.)
uit: Tweede Delfs Cupidoos schighje (1656). naar dit lied | 'k Heb zoolang met de rommelpot geloopen, 'k Heb geen geld om brood te koopen; Rommelpotterij, Rommelpotterij, Geef mij een oortjen, dan ga ik voorbij.
uit: J. van Vloten, Nederlandsche baker- en kinderrijmen (1874).
naar dit lied |