Een knaap en een maagd verlangen naar elkaar en bedrijven uiteindelijk de liefde in een woud. De volgende morgen betreurt de vrouw dat de dag is aangebroken. Dit wachterlied komt voor onder de “oude” liedjes van het Antwerps Liedboek, 1544. De beginregel vertoont duidelijke overeenkomsten met de aanvang van het Duitse 15e-eeuwse lied “Es warb ein knab nach ritterlichen dingen”. Van het lied zijn geen Nederlandstalige paralleloverleveringen bekend, noch contrafacten. tekst