1. De Sint-Elisabethsvloed van 1421 staat in het collectieve geheugen van Nederland gegrift dankzij de vele schilderijen, verhalen en gedichten die erover zijn verschenen. Ook de liedkunst heeft hieraan bijgedragen: de achttiende-eeuwse jeugd zong over deze ramp, die in hetzelfde jaar plaatsvond als een zware brand te Amsterdam.
Zware Brand te Amsterdam en Schrikkelijke Watervloed omtrent Dordrecht in den Jaare 1421. Wijs: Ik heb reden om te klaagen.
Welke vreeselijke rampen Treffen u, ô Nederland! De Amstelstad, pas in heure opkomst, Ziet men door een schrikb’ren brand Schier in puin en asch verandert. Daar een vreeselijken vloed, Aangevoerd door felle stormen, Dordrechts streeken zuchten doet.
Kerk en Raadzaal, veele huizen Van uw bloeijend Amsterdam, Liggen heel en al verslonden Door het woeden van de vlam. – Och! hoe treft deez’ ramp den Burger Van dees glorijrijke Stad, Door haar magt en grooten handel, Reeds op eer en aanzien prat.
Och hoe deerlijk zugt den Landman En de droeve Dorpeling! Wien het onweêrstaanbaar water Alleronverwagst omving; De Adelstand niet uitgezonderd, Deelde ook in dien zwaaren slag! Ach! dat nooit weêr vlam, noch water Neêrland stort in zulk geklag. | 1. The St. Elizabeth’s flood of 1421
is engrained in Dutch collective consciousness due to the many paintings, stories and poems dedicated to this disaster. Even the art song repertoire has contributed; 18th-century children sang about this disaster, which occurred in the same year as a giant fire in Amsterdam. |