|
|
|
- Bij het heien zingt de heibaas: -
Een twee drie, Haal op die hei. Hij is gewassen Al in de klei, Hoger dan hoog, Wat is-ie droog, Hoog in de lucht, Acht, wat een klucht Hoge klappen Doen hem zakken Hela hop Er boven op, Raak hem boven Op zijn kop Hela hop Wat gaat-ie zwaar Toe nou jongens Help elkaar In de lik Voor zeven jaar Een opnieuw, Geef 'm een hieuw Twee tegelijk Al aan de dijk Waar dat lieve meisje leit Met haar blote heerlijkheid Dat is drie Die mooie Marie Onder de navel En boven de knie Help d'r vier Daar is de baas Met een heel vat bier. Vijf, Dat ouwe wijf Die hoerenwaardin Die liet haar neuken Je weet waarin Nummer zes, Daar komt de baas, Al met de fles Zevenmaal, En achterover Negenmaal En dat is tien, Kaatje, laat je pruimpje zien. Eén opnieuw Ja, nog zo'n hieuw In de Nes Op nummer zes Daar staat te lezen Hier wast en strijkt men, Hier naait en vrijt men Hier maakt men slappe Dingen stijf En haalt men kinderen Uit het lijf. Jongens, hij is diep genoeg Daarom zal ik roepen, Met hele grote vloeken: Hoog in bed Strijk en zet. | |
|
|
Onder de Groene Linde: opnamebestand
|
|
[1950-1986]
|
| Amsterdam MI: OPN OGL |
|
|
| Bewerkte versie van de ed. Wennekes & Grijp 2002 |
|